Soms is het aanwezige natuurlijke of kunstlicht onvoldoende
om een goede foto te kunnen maken en dan heb je vanzelfsprekend een flitser
nodig. De flitser geeft (ook na automatische lichtmeting) juist voldoende licht
voor de ideaal belichte foto.
Hou er echter
wel rekening mee dat de sfeer van de foto kan veranderen. Zo krijgt
bijvoorbeeld een romantisch etentje bij kaarslicht bij een geflitste foto een
wat 'plattere' sfeer. Om dat te vermijden kan je een
flitser gebruiken als invulflits, ook overdag. Het natuurlijke licht wordt er
niet door overheerst en hinderlijke schaduwpartijen worden opgevuld. Zo is in
het geval van het romantisch etentje het invullicht
van de flitser voldoende om je foto te maken en dit zonder dat het
kaarslichteffect verdwijnt.
Sommige camera's zijn overigens uitgerust met een rear-curtain
flitslicht: de flitser komt daarbij pas in werking aan het eind van een lange
belichtingstijd (bijvoorbeeld van 1/8 tot 1 of 2 seconden). Hierdoor ontstaat
er, zeker wanneer je voorbijgaande mensen fotografeert, een bewegingseffect in
de foto. Het principe is simpel: het rear-curtain
flitslicht onderbreekt abrupt de vervaging van de beweging waardoor het
centrale onderwerp toch nog scherpe contouren krijgt en dit terwijl de
achtergrond bewogen blijft.
Soms moet je de natuur een handje helpen. Bijvoorbeeld
wanneer jouw ogen een schitterende lichtval waarnemen. Helaas functioneert een
camera anders dan je oog, in die zin dat een camera minder lichtgevoelig is dan
het menselijke oog. Is er onvoldoende licht dan heb je kunstlicht nodig.
Gelukkig beschikken de meeste digitale camera's hebben over het algemeen een
ingebouwde flitser. Maar het vermogen daarvan is eerder beperkt. Dat is vooral
lastig als je binnenopnames moet maken. In een interieur is er vaak heel weinig
licht en zelfs met flitslicht zijn veel foto's toch nog te donker. Het bereik
van zo'n ingebouwde flitser is meestal niet meer dan 3
ą 4 meter, waardoor de achtergrond slecht of helemaal niet belicht wordt. Maar
ook de belichting van het onderwerp laat te wensen over: te vlak, te sterke
schaduwen en de gevreesde rode oogjes. Dat laatste is te vermijden door een
externe, losse flitser te gebruiken of de rode ogen met een beeldbewerkingprogramma
te verwijderen. Sterke schaduwen en een platte belichting kan
je verhelpen door met je toestel wat afstand te nemen. Niet
te ver, want an
Maar je kan het bereik van je flitser
ook nog op andere manieren beļnvloeden. Door de gevoeligheidswaarde - het best
400 ISO - op te drijven, vergroot je het bereik. Daarnaast is het aangeraden om
het zoekerbeeld zoveel mogelijk te vullen met het onderwerp, omdat de
lichtmeter in de camera de flitser stuurt.
Bij digitale camera's ontbreekt vaak een aansluiting voor
een losse, externe flitser. In dat geval gebruik je een slave-flitser.
Dat is een losse flitser die gestuurd wordt door de ingebouwde flitser van de
camera, dankzij een foto-elektrische cel. Met een externe flitser kan je
indirect flitsen: je behoudt de gewenste afstand, maar het licht wordt diffuus
gemaakt doordat het via muren en plafond weerkaatst op het onderwerp. Het
gevolg is dat je zachte schaduwen krijgt en geen witte gezichten meer. Let er
wel op dat je de flitser richt op een wit of neutraal gekleurd plafond.
De slave-flitser kan je zelf, of iemand anders, in de
hand houden. Maar je kan de losse flitser ook op een
flitsbeugel plaatsen. Je schroeft de camera op de beugel en je schuift de
flitser op het handvat.
Het grote voordeel van een
digitale camera is dat je onbeperkt kunt experimenteren. Dus ook met je
flitser. Oefen daarom volop met verschillende instellingen op je camera,
afstanden tot het onderwerp en standen van je flitser. Je ziet direct het
resultaat van de oefeningen in de display. Beschikt
jouw camera over instelbaar diafragma en sluitertijden, dan heb je ongelooflijk
veel mogelijkheden om tot die ene, perfect belichte foto te komen.

Veel camera's zijn
tegenwoordig uitgerust met een ingebouwde flitser. In een aantal gevallen komt
deze flitser automatisch omhoog als 'de camera dat nodig vindt'. Bij an
Realiseer je om te beginnen
dat een ingebouwde flitser erg klein is. Dit is niet zonder gevolgen. Vaak is
het bereik van een dergelijke flitser niet meer dan 2 ą 3 meter. Dit betekent
dat je een ingebouwde flitser goed kunt gebruiken als je een onderwerp dat zich
dicht bij de camera bevindt bij wilt licht. Baseer je de belichting dan op het
aanwezige omgevingslicht en gebruik je de flitser als 'invulflits' dan kun je
met een ingebouwde flitser prima uit de voeten.
Al met al zijn je creatieve
mogelijkheden met een ingebouwde flitser vrij beperkt. Is dit voor jouw een probleem, dan is de aanschaf van een losse flitser
het overwegen waard.
Als je camera niet is
uitgerust met een ingebouwde flitser, of je vind de toepassingsmogelijkheden
van de ingebouwde flitser te beperkt, dan is een losse flitser misschien de
oplossing. Zaken waar je bij de aanschaf van een losse flitser op moet letten
zijn:
Het belangrijkste is dat je
een flitser koopt die technisch geschikt is voor jouw camera. Dat wil zeggen
dat de elektronica van de flitser en van de camera op elkaar zijn afgestemd.
Hierdoor kunnen camera en flitser goed met elkaar 'communiceren'. Afhankelijk
van het type flitser en camera en de hierop ingestelde functie biedt dit de
volgende mogelijkheden:
Belangrijk is ook dat je een
flitser kiest die qua formaat en gewicht bij jouw camera past. Werk je met een forse,
relatief zware, camera en eveneens met relatief zware objectieven, dan levert
het monteren van een zware flitser geen probleem op. Monteer je echter een
zware flitser op een relatief lichte camera, dan wordt het geheel al snel
topzwaar. Dat is niet alleen onprettig bij het vasthouden van de camera, maar
tijdens het dragen zal het geheel dan al snel ondersteboven aan de draagriem
bungelen.
Het richtgetal van een flitser
geeft de lichtopbrengst van een flitser weer. Hierbij geldt hoe hoger het
richtgetal, des te meer lichtopbrengst. Het richtgetal van een flitser is
gelijk aan het product van de afstand (van flitser tot onderwerp) en het
benodigde werkdiafragma. Een richtgetal van 45 wil zeggen: bij vol vermogen is
diafragma f45 nodig om op 1 meter afstand van het onderwerp een juist belichte
opname te maken. Immers richtgetal = afstand x diafragma. Richtgetallen zijn
altijd gedefinieerd bij 100 ISO.
Gebruik je een andere
gevoeligheid, dan bereken je als volgt het aangepaste richtgetal:
Het richtgetal geldt meestal
voor een 50 mm objectief. Bij gebruik van groothoek wordt het richtgetal lager
en bij gebruik van een teleobjectief wordt het richtgetal hoger. Hierbij geldt
dezelfde wet van omgekeerde kwadraten. Oftewel:
Een draaibare kop maakt
indirect flitsen mogelijk. Dit doe je door de flitskop niet op het onderwerp
maar op een muur of plafond te richten. Hierdoor wordt het onderwerp niet
rechtstreeks door de flitser belicht, maar door het licht dat via muur of
plafond wordt weerkaatst. Dit zorgt voor een zachter licht en voorkomt harde
schaduwen. Ook voorkomt het bij het fotograferen van mensen de gevreesde 'rode
ogen'.
Als je de flitser wilt
gebruiken bij macro-opnamen, dan is het aan te raden een flitser te kopen
waarbij de flitskop licht naar beneden gedraaid kan worden. Op deze manier
kunnen parallaxfouten voorkomen worden.
Bedenk vooraf goed welke eisen
je stelt aan de flitser naast de hierboven beschreven vrij algemene eisen.
Zaken waar je hierbij aan kunt denken zijn: