Compositie
Smaken, trends en stijlen veranderen
snel. Als je door oude tijdschriften
bladert, dan zullen de foto's al snel oubollig op je overkomen. Dat komt
niet alleen doordat uit kleding, kapsels en straatbeelden
een duidelijk tijdsbeeld spreekt. Smaken,
trends en stijlen in de fotografie
veranderen snel.
Toch zijn er enkele basisprincipes aan de
hand waarin wij in onze westerse maatschappij beelden
eerder zullen beoordelen als mooi, boeiend, interessant, prikkelend, spannend etc. Als je bewust met enkele van deze regels rekening houdt, zullen je foto's beter
in de smaak vallen bij anderen. Hieronder
heb ik een aantal regels beschreven, waarbij de
eerste en belangrijkste regel aantoont dat alles relatief is.
Alles mag,
niets moet
Voor een mooie
fotocompositie geldt maar één ding: alles mag, niets moet.
Basisvormen
Bekende basisvormen geven een bepaalde rust aan een foto. Vierkanten, cirkels en
driehoeken zijn op soms onverwachte plekken aanwezig in een foto. Je moet
daarbij niet alleen denken
aan concreet aanwezige vormen zoals een rond putdeksel
of een huis met een vierkant gevel en een driehoekig
puntdak. Het is verrassender
als er in een compositie een vorm te herkennen is door bepaalde lijnen met elkaar te verbinden. Het kan mooi zijn om deze vormen een pakkende plaats in de
compositie te geven.
Beeldhoek
De beeldhoek wordt bepaald
door het objectief waarmee de foto
wordt gemaakt en de positie
van waaruit de fotograaf naar het onderwerp kijkt. De beeldhoek verandert al enorm als je niet staan, maar knielend
fotografeert.
|
Tip: Als je een portret maakt hou de camera
dan altijd op ooghoogte van degene
die je op de foto zet.
|
Beeldvullend
|
Als je foto's niet goed genoeg zijn, dan sta je
er niet dicht genoeg bij.
Robert
Capa
(fotojournalist tijdens WO II)
|
Loop naar het onderwerp
toe om het beeldvullend op de foto
te krijgen. Kun je niet naar het onderwerp
toelopen, gebruik dan een teleobjectief.
Contrast - het verschil tussen de
lichte en donkere partijen op een foto - kan diepte suggereren en kan spanning
tussen verschillende vlakken van een
foto brengen.
|

|
Het jongetje op deze foto staat in het licht van de zon in een donkere deuropening.
|
Derdenregel
Verdeel het beeld
horizontaal en verticaal in drie gelijke stroken. Er ontstaat nu een beeld dat
bestaat uit negen gelijke vlakken. De snijpunten van de
verschillende lijnen zijn de zogenaamde
sterke punten van een foto. Probeer je hoofdonderwerp
op een van deze punten in beeld te
krijgen (en dus niet in het midden).
|

|
Het hoofd
van het meisje ligt op een van de
sterke punten van de foto.
|
Fotografeer je een landschap met een mooie lucht (bijv. wolken of verkleuring), plaats dan de
horizon op de onderste lijn. Is de
lucht daarentegen saai, plaats dan de horizon op de
bovenste lijn.
Een duidelijke lijn die
van linksonder naar rechtsboven
loopt voert de blik van de kijker 'de
foto in'. Het geeft dynamiek of diept aan de
foto. Een lijn die juist in tegengestelde
richting loopt (van rechtsonder naar
linksboven) doorbreekt de vaker
gebruikt diagonaallijn en kan daardoor zelfs nog sterker werken.
|

|
Diagonaallijn
van linksonder naar rechtsboven.
|
|

|
Diagonaallijn
van linksboven naar rechtsonder.
|
Let op de horizonlijn.
Als je de camera recht naar voren
houdt, dan komt de horizonlijn
altijd precies midden in het beeld.
Dit is saai en voorspelbaar. Als je de
camera iets voor- of achterover kantelt, dan ligt de
horizon mooi onder of bovenin de foto (het helpt niet om een hoger of lager
standpunt in te nemen, de horizon
blijft steeds in het midden van je
blikveld liggen). Dit levert een sprekender
foto met meer diepte op.
Wolkenluchten kunnen heel sfeervol zijn, maar vaak zal de voorgrond belangrijker zijn voor de sfeer of voor de
informatievoorziening over de plaats
waar de foto is gemaakt. In zo'n geval kun je overwegen de
horizon zo hoog in beeld te plaatsen dat er amper of geen lucht meer op de foto komt.
|

|
Door de camera iets achterover te kantelen kwam de horizon op deze
foto verder naar onder te liggen waardoor de
foto meer sfeer en diepte kreeg.
|
|

|
Door de camera iets voorover te kantelen kwam de horizon op deze
foto verder naar boven te liggen.
Hierdoor geeft de foto beter de sfeer van de
omgeving weer en bevat de foto
meer informatie over de plaats
waar de foto genomen is (Machu Picchu, Peru).
|
|
Tip: Als je een portret maakt,
waarbij op de achtergrond een duidelijke strakke lijn van de
horizon te zien is (bijvoorbeeld op het strand), zorg en dan voor dat die
lijn niet dwars door het gezicht van de
geportretteerde loopt.
|
De verschillende
kleuren uit het kleurgamma dat wij kunnen zien hebben
allemaal andere eigenschappen. Licht
is een straling die zich als golven gedraagt. daardoor is de kleur te beďnvloeden
met behulp van filters.
Rood is een kleur die erg veel aandacht trekt, terwijl koele
kleuren als blauw en groen op de
achtergrond komen. Verschillende
kleurcontrasten kunnen een foto extra inhoud geven. het
rood - groen, geel - violet, of blauw - oranje contrast valt erg op en geeft
een extra dimensie aan een foto. Deze contrasten zijn gemakkelijk zichtbaar op
een kleurencirkel.
Foto: Jesse Koffeman
Wonend in een westerse cultuur zijn we gewend van links naar
rechts te kijken. Zo lezen we van links naar rechts, maar onbewust verkennen we
een beeld ook van links naar rechts. De beste plaats voor het hoofdonderwerp van een foto bevindt zich daarom meestal aan
de linkerkant van het beeld (zie derdenregel). Als je
het onderwerp precies in het midden plaats, is de
kijker minder snel geneigd de rest van het beeld te verkennen.
|
Tip: om scherp
te stellen op een onderwerp aan de zijkant van het beeld kun je het onderwerp eerst centraal in beeldplaatsen en de ontspanknop half indrukken. Als je daarna (dus
met de ontspanknop steeds half
ingedrukt) het onderwerp verplaats naar de
zijkant van het beeld houden de meeste autofocuscamera's het ontwerp vast.
|
Minder
is meer
Vaak is een pakkende
uitsnede van een klein deel van alles wat er te zien is boeiender dan een totaaloverzicht, gefotografeerd met een groothoekobjectief.
|

|

|
|
Twee foto's van de Sagrada de Família.
Op de linker foto staat meer van deze kathedraal en ook is meer zichtbaar van de grote bouwkranen bij de
Sagrada. Het geheel is echter rommelig. De tweede foto toont een kleiner gedeelte
van de Sagrada,
maar geeft toch een goed beeld. In dit geval is minder
duidelijk meer.
|
Perspectief is een van de
eigenschappen die een foto bijzonder
boeiend kan maken. Daarbij vallen twee soorten perspectief te onderscheiden.
Het eerste is het perspectief dat wordt verkregen door elementen in beeld die
afstand suggereren; iets groots op de
voorgrond, iets kleins op de
achtergrond. Vaak wordt een foto interessanter door iets op de voorgrond te nemen dat de
perspectiefwerking vergroot. Denk aan een boom, een doorkijkje, een struik of
een paar bloemen. maar ook personen kunnen hiervoor
dienst doen. Het is aan de fotograaf
de beste mogelijkheden te onderzoeken,
alvorens een foto te maken.
Een ander soort
perspectief is het atmosferisch perspectief; naarmate beelden zich verder
naar de horizon bevinden, worden
ze waziger weergegeven. In de
landschapsfotografie is dit een prachtig gegeven, dat bijzonder mooie beelden
op kan leveren, vooral wanneer van een zekere gelaagdheid gebruik gemaakt kan
worden. Dit atmosferische
perspectief kan met een telelens prachtig worden
weergegeven.
|

|
Voorbeeld van
een perspectief door gebruik te maken van een opening in de oude
vestingwal van Essaouira (Marokko).
|
|

|
Voorbeeld
van een atmosferisch perspectief(Arequipa, Peru)
|
Ritme is herhaling. Ritme is het vullen van het beeld met steeds dezelfde
vormen. Met de keuze voor een bepaalde brandpuntsafstand kun je de
mate waarin het ritme zich in werkelijkheid voordoet manipuleren. Hoe groter de brandpuntsafstand, des
te sterker wordt het ritme. Je kunt ook zelf een ritme creëren door een sterke
telelens te richten op objecten die relatief ver uit elkaar staan.
Voor het fotograferen van ritme kun je het beste een relatief hoog
camerastandpunt kiezen. Schuin omlaag gekeken, bijvoorbeeld vanaf een dijk of
vanaf het dak van een flat, ontstaan ritmes die vanaf de
grond niet zichtbaar zijn.
Het omgekeerde geldt
echter ook. Als je lopend op de
straat omhoog kijkt naar de gevels
van gebouwen zul je vaak hele mooie ritmes ontdekken.
|

|
Herhaling
van vormen (ritme) in de gevel van
een gebouw.
|
Zwaartepunt
De meeste goede foto's
hebben een duidelijk zwaartepunt.
Een punt, liefst niet centraal in beeld, waar het oog op kan rusten of dat
interessant is om te onderzoeken.
|
De hier boven beschreven compositieregels worden door ervaren fotografen vaak overtreden. Zij doen dit om een bepaalde sfeer op te roepen. Leer eerst de basisregels kennen door er mee te oefenen
voordat je gaat experimenteren.
|
Wat wilt u fotograferen, waarom en hoe?
Beter fotograferen begint met het
kritisch kijken naar uw eigen foto’s en die van anderen. Kijkt u wel goed? Wat ziet u? Als het goed is ziet en herkent u in een foto vormen, zoals
vierkanten, cirkels, en vooral veel lijnen.
Een foto van een bos is vooral een
oppervlak met heel veel lijnen. Het is aan de
fotograaf om die lijnen zo in beeld te brengen dat ze een functie hebben, en
zeker niet storen. Stel dat je een foto maakt van enkele struiken. Je stelt een
klein diafragma in, bijvoorbeeld f16, zodat alles in die foto scherp wordt. Het
resultaat zal zijn dat je blik vrij doelloos over dat beeld dwaalt, zonder een duidelijk
begin of eind. De foto kent geen rustpunt, en dat kijkt niet prettig. De
bedoeling van de foto wordt
niet duidelijk. Dat komt
vermoedelijk omdat je ook
geen duidelijke bedoeling
had, toen je die foto nam…

Anders
wordt dat, als je wel een duidelijk
doel hebt. Je stelt dan bijvoorbeeld scherp op een of meerdere besjes aan die struik en kiest daar een
passend diafragma bij, bijvoorbeeld f4.. De rest wordt
onscherp, en dat is precies de
bedoeling. Hoe onscherper die ‘rest’ wordt, hoe beter, want het gaat om die
besjes, en de rest is
oninteressant. Niet alleen heeft het oog dan een rustpunt, maar ook wordt de bedoeling van deze foto duidelijk.
Als je je
eerst afvraagt wat je wilt laten zien (en waarom), zul je vanzelf ook nadenken over de
manier waarop je dat vervolgens in beeld wilt brengen. Dat is een andere manier van fotograferen dan maar wat
rondlopen en fotograferen ‘wat er wel aardig uitziet…’

Kijk goed naar het onderwerp
De beste foto’s maak je, wanneer je
niet gehaast bent. Neem de
tijd ervoor. Sowieso moet je nadenken over de
instellingen van je camera, en allerlei keuzes maken. Welk objectief of
brandpuntafstand, witbalans, ISO-waarde? En vervolgens de handrem erop, en rustig rondkijken.
Begraafplaatsen zijn vaak mooie
locaties om in rust foto’s te maken. Soms heb je geluk, en
tref je een locatie waar van de
gemeente ook iets mocht. Niet alleen maar zerken, maar ook ruimte voor
beeldjes en andere
relikwieën. Die zijn het vaak de
moeite waard om even bij stil te staan, letterlijk.
Een teder
meisje, dat zachtjes roept om gefotografeerd te worden. We beginnen met een totaalshot, en blijven goed
kijken.

Ze heeft een heel mooi gezichtje, waar
we dan ook steeds dichterbij gaan. Blijf goed kijken naar de achtergrond, en zorg dat je geen hard
tegenlicht krijgt.
Het half-totaal
op de middelste foto begint er al op te lijken. Zorg
ervoor dat je de achtergrond
mooi onscherp maakt, anders
leidt die af.

Ten slotte kun je je
helemaal concentreren op het gezicht. Je moet daarvoor diep door de knieën, want het beeldje is klein en
staat op een steen op de
grond. Met een mooie uitsnede
kun je het hoofd met nog meer piëteit in beeld brengen. Blijf goed kijken wat
het licht doet, en of je achtergrond mooi onscherp blijft. Zoom in met een compactcamera, of gebruik een klein tele-objectief
met de spiegelreflex. Ga
niet met een groothoek- objectief heel dichtbij, want dat geeft flinke
vertekening.